Samenvatting
Het artikel onderzoekt de draagwijdte van de term „radio-uitzending” in artikel 41 van de Auteurswet, dat de uitzending van handelsfonogrammen onderwerpt aan een dwanglicentie met een billijke vergoeding voor uitvoerende kunstenaars en producenten. De vraag is of niet-interactieve vormen van webcasting onder die licentie vallen of onder het exclusieve recht van mededeling aan het publiek. De auteur bespreekt de voornaamste bezwaren: het recht van terbeschikkingstelling, de definities van radio-uitzending in de internationale verdragen, de restrictieve interpretatie van uitzonderingen en de driestappentoets. Hij besluit dat de teksten een evolutieve lezing toelaten die niet-interactieve webcasting omvat, en verbindt de vraag met het collectief beheer op Europees niveau en de risico’s van multikanaaldiensten.
Referentie
H. Haouideg, « Diffusion en continu sur Internet : le webcasting constitue-t-il une radiodiffusion au sens de l'article 41 LDA ? », A&M, 2006/1, p. 10-20.