Samenvatting
Noot, samen met Stijn Debaene, bij een arrest van het Hof van beroep te Brussel over de verhaalbaarheid van advocatenkosten in geschillen over intellectuele eigendom na het arrest United Video Properties van het Hof van Justitie (C-57/15). Het hof oordeelde dat artikel 14 van de Handhavingsrichtlijn geen horizontale rechtstreekse werking heeft en de nationale rechter niet kan verplichten de plafonds van het KB van 26 oktober 2007 buiten toepassing te laten. De auteurs betogen dat artikel 159 van de Grondwet de rechter niettemin toelaat te waarborgen dat de in het gelijk gestelde partij minstens een significant en passend deel van haar redelijke kosten recupereert.
Referentie
H. Haouideg en S. Debaene, "De doodsteek voor de verhaalbaarheid van de redelijke en evenredige advocatenkosten? Toch niet.", I.R.D.I., 2019/3-4, p. 274-278.